zaterdag 31 oktober 2015

De dementie was even helemaal weg

Dikwijls dwalen dementerenden af als ik even moet focussen op mijn tekenwerk. Het contact wordt dan minder, omdat ik even op mijn techniek moet letten en minder kan letten op de oudere naast me. Maar vandaag was het anders.

"Wat is het mooiste, meest bijzondere wat u ooit heeft gezien?" vroeg ik aan vijf oudere dames met dementie. Ik keek opzij en zag een twinkeling in de ogen en een grote glimlach. "Dat is het moment dat mijn kinderen werden geboren en ze op mijn buik werden gelegd," zei de dame vol trots. In haar ogen zag ik de ontroering die een andere vrouw ook voelde: "Ik voel het ook, ik krijg er helemaal kippenvel van." De andere dames bleven stil, maar waren vol aandacht voor hetgeen verteld werd. Het was duidelijk dat ook zij het mee konden beleven. 

"Daar werd niet over gesproken," zei een dame toen ze vertelde dat zij in het ziekenhuis haar kinderen ter wereld moest brengen. "Ik wist niet wat er ging gebeuren, dat is nu wel anders. Mensen zijn meer open." "De vroedvrouw, daar kon je altijd bij aankloppen," zei een andere vrouw, "een telefoon hadden we nog niet." Over de nauwe band met de buren werd ook gesproken: "Je hield elkaar gewoon in de gaten, was er voor elkaar, niet dat je zomaar bij elkaar naar binnenliep, maar je wist wie er naast je woonden." Het gesprek ging verder over de namen en vernoemingen van de kinderen, het aantal kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen en soms viel het even stil en keken ze naar de tekening die ik voor de dames maakte. Een tekening van een baby'tje, klein en pasgeboren. Onder hun ogen ontstond het, werd het kindje geboren uit de sfeer van dierbare herinneringen. 

Dit keer tekende ik voor, omdat de dames zo beter in de beleving konden blijven en zich niet druk hoefden te maken over de techniek. Spannend was het nu helemaal, omdat het natuurlijk ook echt mooi moest worden, het ging immers om het meest mooie moment ooit. Ik wisselde af met het gesprek leiden (iets wat deze keer eigenlijk vanzelf ging) en de concentratie om het beeld goed neer te kunnen zetten.

Dikwijls dwalen dementerenden af als ik even moet focussen op mijn tekenwerk. Het contact wordt dan minder, omdat ik even op mijn techniek moet letten en minder kan letten op de oudere naast me. Maar vandaag was het anders: de dames bleven vol aandacht kijken, bleven betrokken bij het onderwerp en raakten niet uitgepraat. De twinkeling in de ogen is gebleven, de herinnering nog springlevend, het enthousiasme en de wakkerheid vierden hoogtij. De dementie was even helemaal weg.




dinsdag 4 augustus 2015

Het was toch wel een leuke tijd

Als kunstzinnig therapeut bezoek ik wekelijks mensen in verschillende verpleeghuizen, waaronder ook ouderen met dementie in huizen van kleinschalig wonen. Met gesprekken en het kunstzinnig werken worden de gezonde herinneringen weer gewekt, wordt de oudere weer even wakker en dienen kansen zich aan nare herinneringen alsnog een plekje te geven. 

Ze zaten aan de ontbijttafel. Een aantal bewoners was al klaar en dronk nog een kopje thee. Een enkeling zat nog aan een boterhammetje met jam. Ze begroetten mij allemaal hartelijk en ik zocht een plekje bij hun aan tafel. "Zullen we het vandaag eens hebben over jullie schooltijd?" stelde ik voor. Er kwam direct reactie. "Dat is wel lang geleden," zei een bewoner. "Ik was altijd blij als ik weer naar huis mocht," zei een andere vrouw. "Het is nu allemaal heel anders, ik heb nog wel eens voor straf in de hoek gestaan," vertelde een van de bewoners. Ze zei het stalend en kon er om lachen. "Ik was altijd blij als ik weer naar huis mocht," zei de vrouw nogmaals. 

We spraken over het leesplankje die ik op mijn Ipad erbij had gepakt. We lazen de woorden, die bij de meesten er nog vloeiend uitkwamen. We keken filmpjes over de school van vroeger. Er kwam veel reactie uit de groep als blijk van herkenning. Jongens en meiden op aparte scholen. Je vlecht dopen in het inktpotje als grapje op de meisjesschool. Gaten in de broeken met stukken erop, want ze hadden het niet breed. Zes dagen naar school, alleen op zondag vrij. "Ik was altijd blij als ik weer naar huis mocht," zei de vrouw nog eens. "Als de bel gaat, mogen we dan naar huis?" vroeg ze. Ik ging mee in haar beleving, stelde haar gerust dat de bel was gegaan en ze naar huis mocht. "O, echt. Fijn!" was naar reactie. Wat zou er gebeurd zijn, waardoor ze zo graag naar huis wilde, vroeg ik mij af. Misschien kwam ze er nog mee, tot die tijd wilde ik vooral de fijne herinneren wakker maken bij de bewoners. 

Ik pakte de potloden en penselen erbij en zag dat sommige bewoners weer in zichzelf gekeerd raakten. De vrouw herhaalde nog een keer: "Als de bel gaat, gaan we naar huis. Ik ben blij als ik naar huis mag." Ik ging met een bewoner aan de slag, hij had het het meeste nodig. We tekenden een figuur van het leesplankje. Dat wil zeggen dat hij mij liet tekenen ("Nee hoor, dat deed ik vroeger altijd.") en mij aanwijzigingen gaf. Hij nam hierbij geen blad voor de mond en ik deed enorm mijn best om het een beetje te laten lijken. Gelukkig werd zijn reactie steeds milder en lukte het me om hem ook zelf een stukje te laten schilderen. Mooi hoe hij door deze manier weer een stukje regie kon ervaren en geactiveerd werd.

Na afloop lieten we het aan de andere bewoners zien, die daardoor weer even ontwaakten en aansloten bij het onderwerp. De vrouw herhaalde nog eens: "Mag ik zo naar huis? Is de bel al gegaan?" Ik stelde haar gerust dat we niet op school zijn, dat we erover gesproken hebben, maar dat het allemaal al een tijdje geleden was. Toen zei de vrouw: "Het was toch wel een leuke tijd, zo achteraf. Ja, het was toch wel een leuke tijd." 

donderdag 30 april 2015

De kunst van het kijken

Je versterkt je waarneming, je vergroot je woordenschat, je leert dingen in een context te zien, je leert je in het standpunt van een ander te verplaatsen en het is bovendien ook nog ontzettend leuk om te doen. Ik heb het over het gezamenlijk kijken en praten over kunst. Ik heb het over Visual Thinking Strategies (VTS), een eenvoudige methode met veelbelovende effecten.

Proefje: zoek een maatje, ga naar het museum, kies een kunstwerk en kijk er samen aandachtig naar. Vraag 1: Wat denk je dat er gebeurt? Redelijke kans dan jullie allebei een ander antwoord geven en dat beide antwoorden goed zijn. Nu ook meteen vraag 2: Waaraan zie je dat? ... En ben je door het antwoord van je maatje anders gaan kijken? Kreeg je daardoor een ander deel van het kunstwerk in beeld? Zijn jullie door elkaars antwoorden ook verbanden gaan leggen en details in de context gaan zien? Er is ook nog een derde vraag, grote kans dat jullie daar al mee bezig waren: Wat kunnen we nog meer ontdekken? En natuurlijk kun je daar weer op inhaken met vraag 1 en 2.

De vragen bij VTS
Vraag 1: Wat gebeurt er (op deze afbeelding)?
Vraag 2: Waaraan zie je dat?
Vraag 3: Wat kunnen we nog meer ontdekken?

Deze drie vragen geven je de ruimte goed te kijken zonder te oordelen; je hoeft immers niet te bepalen wat je van het kunstwerk vindt. Deze drie vragen nodigen je uit je beide hersenhelften te gebruiken, omdat je een beeld ziet (rechterhersenhelft) en er taal aan geeft (linkerhersenhelft). En andersom: een ander noemt iets (taal > linkerhersenhelft) en jij kijkt of je het ook ziet (beeld > rechterhersenhelft). Deze vragen stimuleren je details te plaatsen in het geheel (Waaraan zie je dat?) en nog langer door te kijken (Wat kunnen we nog meer ontdekken?). Geen wonder dat deze methode in de revalidatie (bij mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel, NAH) en in het onderwijs (denk aan de resultaten voor een vak als begrijpend lezen) veelbelovende effecten laat zien.

Het leuke van samen kunst kijken is dat iedereen kan meedoen op zijn eigen niveau. Zo kunnen kinderen met leerproblemen ook succeservaringen beleven, terwijl ze tegelijkertijd de vaardigheden trainen die het leerproces bevorderen. En cliënten met NAH kunnen elkaar aanvullen als door afasie even niet de woorden gevonden kunnen worden om uit te drukken wat waargenomen wordt. Maar natuurlijk is deze methode voor iedereen leuk om te doen. Ik gebruik 'm zelf ook als ik samen met anderen naar een museum ga. De gesprekken die dan ontstaan voor het gekozen schilderij geven een veel diepere beleving aan het kunstwerk. En door het actief samen kijken, zouden we ook samen het bordje kunnen schrijven wat bij het kunstwerk hangt.

In de kunstzinnige therapie gebruik ik VTS en andere methodieken (zoals de fenomenologie) om naar kunst te kijken. Ik merk aan mijn cliënten dat het ze in het 'hier en nu' brengt, vooral als start van de sessie is dat een prettig effect. Cliënten geven aan dat de waarnemingsoefeningen helpen om bij de feiten te blijven en piekergedachtes geen of minder kans krijgen. Ze passen de oefeningen dus ook buiten de sessies toe in het dagelijks leven. En dat is toch precies wat je iedere cliënt toewenst! Overigens geef ik geen therapie in het museum hoor; ik gebruik kunstkaarten uit museumwinkels of van WikiArt.  

De kunst van het kijken. Doe je mee?

zondag 22 maart 2015

Kunst om ondersteboven van te raken


Het is een leuk proces, waarbij dikwijls gesprekken ontstaan over het beeld wat ontstaat: van een bloementuintje in lentesfeer tot verhalen over Harekrisnha en aardsengelen. In de houding van patiënten zie ik dat de mens achter de patiënt ontwaakt en de ziekte even niet meer aanwezig is.

De eerste keer vond ik het heel spannend en dacht ik eigenlijk dat ik het niet kon, dat het er kinderlijk uit zou zien en ik me zou schamen voor het resultaat. Maar toen ik het toch probeerde, kreeg ik zo'n hartverwarmende reactie van de patiënte, dat het me moed gaf ermee door te gaan. Inmiddels is geen figuratie me te gek (al blijft het soms spannend) en zet ik ook de titel op die manier op het papier. Ik heb het over ondersteboven voorschilderen en -tekenen.

Ik ben ermee begonnen door een van mijn stagiaires in het ziekenhuis. Zij ontdekte dat het voorschilderen voor patiënten soms nog wel mogelijk is, als het zelfstandig schilderen of tekenen teveel gevraagd is voor de ernstig zieke. Het kijken naar iets wat geschilderd wordt, zonder na te denken over de techniek brengt veel ontspanning en enthousiasme bij patiënten. Sommige patiënten hebben een voorkeur voor een landschap: "Ik zou graag naar Hawaii willen, kan je dat voor me schilderen?" Of een specifieke wens: "Doe maar een zonsondergang, daar ben ik al zo lang naar op zoek en ik kan maar niets vinden wat me aanspreekt." Maar er zijn ook patiënten die zoveel pijn hebben of zo vermoeid zijn, dat ik zelf intuïtief een kleurstemming schilder en de patiënt daar lekker bij weg kan dromen.


Toen ik voor het eerst voor een patiënte ging schilderen keek ik hoe ik dat praktisch moest aanpakken. De patiënte lag in bed, dus moest het aan bed. Het bedtafeltje kon ik tot schildersezeltje klappen, dus ook dat wat geen probleem. Maar, als ik naast de patiënte zou gaan zitten, kon ze het niet goed zien en kon ik haar reactie niet zien. Er was dus maar één mogelijkheid: aan de andere kant van het bedtafeltje gaan staan en op zijn kop werken. Ik vroeg de patiënte af en toe of het nog goed ging en soms kreeg ik dan suggesties. Ik zag aan haar gezicht dat ze het leuk vond, haar enthousiasme was in haar oogopslag zichtbaar en de pijn was even heel ver weg.

Sindsdien werk ik ondersteboven als dat praktisch handiger is. Als ik een voorbeeld gebruik (soms hebben we vooraf op de Ipad al een landschap opgezocht wat aanspreekt of krijg ik een afbeelding als inspiratie) zet ik ook het voorbeeld op zijn kop en betrek ik de patiënt bij het schilderproces. We wijken soms (in overleg) af van het voorbeeld en maken er iets eigens van. Het is een leuk proces, waarbij dikwijls gesprekken ontstaan over het beeld wat ontstaat: van een bloementuintje in lentesfeer tot verhalen over Harekrisnha en aardsengelen. In de houding van patiënten zie ik dat de mens achter de patiënt ontwaakt en de ziekte even niet meer aanwezig is.

Het ondersteboven werken vraagt dat ik goed moet kijken en ik niet, in tegenstelling tot de patiënt langzaam word meegenomen in de beleving van de creatie. Een intensief werk, met een verrasmoment wanneer de ik na afloop het werk op de juiste manier bekijk en in één keer in de beleving van het beeld kom. Hoewel ik zelf pas na afloop echt in de beleving van het beeld kom, gebeurt dat bij de patiënt dus al geleidelijk aan. De (non-verbale) reactie van de patiënt bepaalt welke kant ik op ga en wanneer ik het werk afrond. 

Als het werk af is, vraag ik of er een titel gegeven mag worden aan het werk. Deze titel schilder ik dan op het werk, ook weer ondersteboven. Ook dit zorgt voor leuke reacties, zoals bij de vrouw die expres een extra lange titel bedacht. Of de Arabische titel die ik voor een Irakese vrouw schilderde (haar zoon had het uiteraard eerst op een kladblaadje groot voorgeschreven). Een andere vrouw wilde perse mijn naam eronder hebben. Op haar slaapkamer hangen nu drie lentetekeningen die ontstaan zijn in het ziekenhuis, de vrouw is er superblij mee.

Wat een mooie techniek is het toch, dat voorschilderen of -tekenen. Niet alleen voor het moment van creatie, maar dikwijls nog tot lang daarna. Wat een mooie gedachte dat er bij veel patiënten in huis nu een creatie hangt waar ik mijn steentje aan mocht bijdragen. Voorschilderen, om ondersteboven van te raken! 

zondag 15 februari 2015

Kunst maakt gewoon bijzonder

Op een koude winterochtend de zon, die als een prachtige vuurbal boven de brug uitkomt, tegemoet fietsen. Vrolijk wakker worden van fluitende vogeltjes in je tuin.  Op een kletsnatte najaarsdag lachend door de plassen fietsen en doorweekt thuiskomen. In het prille voorjaar de eerste sneeuwklokjes en crocussen hun kopjes voorzichtig boven de grond zien uitsteken. Naar de lucht staren en genieten van de prachtige kleuren en boeiende wolkenpatronen.

Hoe vaak doen we dat? Hoe vaak nemen we de tijd om de wereld om ons heen te aanschouwen en te beleven in het hier en nu? Sinds ik kunstzinnig therapeut ben, overkomt het mij, gelukkig, steeds vaker. En sinds ik werk met patiënten met kanker laat ik mijn humeur niet meer beïnvloeden door het weer; ik kan en mag tenminste mijzelf kletsnat laten regenen, ik zit niet voor weken lang tussen hoop en vrees opgesloten op een ziekenhuiskamer. 

In de kunstzinnige therapie komt het opgesloten zitten geregeld ter sprake. Sommige patiënten maken de vergelijking met de gevangenis: "Daar is het zelfs nog beter, zij mogen nog af en toe luchten." Een bosje bloemen mag niet naar binnen, een kus van je partner mag niet meer op de mond en soms moet zelfs je bezoek schorten, mondkapjes en handschoenen dragen. Dit alles heeft te maken met de lage afweer die nodig is voor de behandeling met chemotherapie. Alles voor een goed doel dus, maar ondertussen draait de wereld buiten je ziekenhuiskamer door en doe jij niet meer mee. 

Hoe mooi is het als je weer even het buiten zijn kunt beleven... Hoe fijn is het als je ziekte even naar de achtergrond verdwijnt en je je weer even gezond voelt... In de kunstzinnige therapie speel ik hier graag op in. We gaan met penselen en aquarelverf op reis naar de plek waar de patiënt graag wil zijn en zo komen we bijvoorbeeld in Hawaï, Toscane, op Griekse eilanden, op het Zeeuwse strand of gewoon in de eigen achtertuin. We duiken met pastelkrijt in de wereld van de kleur en laten bloemen groeien, waardoor zelfs geurherinneringen (het is werkelijk echt gebeurd) kunnen worden opgeroepen. We schilderen series van (wolken)luchten waardoor patiënten ook na de sessie nog ontspanning ervaren (door naar het werk te kijken vanuit het bed) en beter kunnen slapen.

Ik weet nog goed de patiënte die nog niets van het voorjaar had meegekregen, omdat ze al sinds de winter was opgenomen voor een chemokuur. Vanuit haar ziekenhuis kamer zag ze wel dat het buiten lekker weer was geworden en dat de natuur weer groener was geworden, maar daar bleef het bij: er kon geen raampje open om het voorjaarsbriesje te voelen en de lenteboeketjes mochten de kamer niet in... Met pastelkrijt gingen we op reis: van de koude winter (blauw) en het eerste voorjaarslicht (geel) kwamen we in de lente aan door het groen wat ontstond. Het ontstane groen gaf de vrouw zichtbaar levenskracht (iets wat ik vaker bij patiënten zie als groen ontstaat) en met wit krijt plantten we een bolletje wat we daarna lieten groeien. De vrouw koos ervoor dat het een hyacint moest worden. Wat er daarna gebeurde heb ik eigenlijk al verklapt: ze zei ze dat bloem kon ruiken. Hoe mooi is dat!  De week erna kwam ik er bij de vrouw op terug dat het mij zo verwonderde dat ze de bloem had geroken tijdens het tekenen, waarna de vrouw het wonder nog groter maakte: "Elke keer als ik naar de bloem kijk, ruik ik het weer!" zei ze met een stralende lach. 

De buitenwereld naar binnen halen met penselen, krijt en potloden. De beleving oproepen aan dat wat zo vanzelfsprekend was. De patiënten in het ziekenhuis hebben mij bewust gemaakt dat gewoon heel bijzonder is. En daarvoor ben ik heel dankbaar! 





zaterdag 10 januari 2015

De kunst van het verlangen naar harmonie

Haar zoektocht naar harmonie was er een van uiten naar voeden, van ontladen naar opladen, van onrust naar rust. En dat begon allemaal met die ene kleur over het papier...

In de kunstzinnig therapietrajecten bij mijn doelgroepen lijkt één functie van kunst steeds weer terug te komen: het verlangen naar harmonie. Patiënten en cliënten zijn bewust of onbewust vaak op zoek naar harmonie en balans. Soms zie je dit letterlijk terug in figuratie/ voorstelling, maar meestal zie je het ook terug in de kleur, vorm en beweging. Als het gelukt is de harmonie te bereiken, verschijnt daarna vaak een trotse, stralende blik. En deze blik beperkt zich niet alleen tot de patiënt. ;) 

Zo heb ik met een meisje een aantal weken gewerkt aan compositie. Steeds namen we momentjes van rust om goede keuzes te maken: welke kleuren kiezen we, hoe groot gaan we werken en welke beweging maken we over het papier? Het mooiste rustmomentje was het moment waarop ik het meisje vroeg haar werk van een afstandje te bekijken en ik haar de vraag stelde: klopt het? Ze keek dan aandachtig naar haar werk en benoemde daarna wat klopte en waar nog wat aan moest gebeuren voor een harmonische compositie. Je zult begrijpen dat het meisje bij het afronden van het traject deze harmonie niet alleen beleefde in haar tekenwerk, maar ook in haar zelf. 

In het ziekenhuis herinner ik me nog goed dat ik met een vrouw ging tekenen met pastelkrijt. Ik vroeg haar een kleur te kiezen die haar aansprak en deze te laten bewegen over het papier. De vrouw had intense kleuren gekozen, waaronder magenta en paars. Ze ging energiek te werk en er verschenen grote, wolkerige vormen op haar papier. Terwijl ze tekende vertelde ze hoe het met haar ging en dat klonk al net zo heftig als de figuratie die op haar papier verscheen. Na afloop vertelde de vrouw dat ze zich moe voelde, maar ook opgelucht en meer ontspannen. Via de pastelkrijtjes had ze zich kunnen uiten en dat had haar goed gedaan. Ondertussen had ik meegetekend en op mijn papier was een rustige, harmonische figuratie met twee simpele egeltjes verschenen. De egeltjes die ik had gemaakt, spraken haar erg aan. Eigenlijk had ze zo willen tekenen. We hingen de egeltjes op, zodat er vanuit het bed naar kon kijken. Haar eigen werk mocht daar niet hangen, vond ze, veel te onrustig. De week erna vertelde ze me met een glimlach dat ze vele momenten naar de egeltjes had gekeken. Wat was ik blij dat ik met haar had meegetekend en het ontstane beeld haar zoveel goed deed. Haar zoektocht naar harmonie was er een van uiten naar voeden, van ontladen naar opladen, van onrust naar rust. En dat begon allemaal met die ene kleur over het papier... 


maandag 8 december 2014

De kunst van het herinneren

In het boek 'Kunst als therapie' van Alain Botton en John Armstrong is het mooi omschreven: "Kunst stelt ons in staat een levenstaak te vervullen: geliefde dingen vasthouden als ze eenmaal zijn vergeten." In de dagelijkse praktijk van mijn werk als kunstzinnig therapeut in het ziekenhuis kom ik regelmatig patiënten tegen die bewust met deze levenstaak aan de slag willen. 

Zo herinner ik mij de jonge vrouw met de brieven nog goed. Ik had haar al een keer met pastelkrijt op weg geholpen met het creëren van een schilderij met vlinders. De keer erna vroeg ik haar of ze er wel eens aan gedacht had voor haar kinderen nog een brief te schrijven. Ze antwoordde me dat ze dat heel graag wilde, maar niet wist hoe ze dat moest aanpakken... En zo zat ik even later met pen en papier aan haar bed en stelde ik haar allerlei vragen: "Wat was het eerste wat je dacht toen je je kindje zag?" en "Heb je iets speciaals met alleen dit kind, iets van jullie samen?" en "Kun je een grappige anekdote noemen over dit kind?" en "Wat wil je dit kind meegeven, toewensen?" Het waren vragen die zomaar in me opgekomen waren. Het waren vragen die bij de jonge vrouw een twinkeling brachten in de ogen. Vooral de anekdotes gaven het geheel iets luchtigs. De brieven hebben we allemaal nog af kunnen ronden voordat de jonge vrouw is gestorven. Ik voelde dankbaarheid, omdat ze zich open had gesteld voor mijn begeleiding en ik op zo'n cruciaal punt in haar leven nog iets had kunnen betekenen. Ik wist dat dit niet alleen steunend was voor haar, maar het later voor de familie ook troost zou geven.

Ik herinner mij ook nog goed de man die, elke keer als hij over zijn kinderen vertelde, begon te stralen en weer vol leven zat, hoe ziek hij ook was. Regelmatig liet hij me foto's en filmpjes zien en vertelde hij me grappige anekdotes over zijn twee jonge kinderen. Toen hij op het punt kwam in de behandeling dat de verhouding tussen hoop en vrees begon te veranderen, gaf hij aan een liedje te willen schrijven voor zijn kinderen. We spraken over ideeën qua tekst en rijmschema's, waarna hij er met een muziektherapeut mee verder is gegaan. Toen het liedje klaar was, liet hij het mij zien en horen, terwijl hij zachtjes meezong. Ik was geraakt en voelde me vereerd dat hij dit met mij wilde delen. Voorzichtig vroeg ik de man of hij meer herinneringen wilde creëren en of hij het fijn vond als ik wat suggesties gaf. We spraken over voorwerpen met bijzondere herinneringen, cadeautjes voor bijzondere verjaardagen van de kinderen en ook over het schrijven van brieven. De week erna vertelde de man vol enthousiasme hoe hij al aan de slag was gegaan met de ideeën en welke ideeën hij nog meer had gekregen. Zo zou hij een videoboodschap op gaan nemen samen met zijn vrouw. De man wist nog niet zo goed wat hij moest zeggen; ik stelde voor om mee te denken. En zo zat ik even later allerlei vragen op te schrijven, terwijl de emotie van de man duidelijk voelbaar was in de kleine ziekenhuiskamer. Later vertelde de man mij dat het opnemen van de videoboodschap hilarisch was geweest; zijn vrouw had de vragen gesteld en met elkaar hebben ze soms geschaterd van het lachen om de antwoorden. Tja wat wil je als je vragen erbij hebt als: "Hoe heb je mamma versierd?" of "Vertel eens over toen je voor het eerst dronken was." (Deze laatste twee vragen hadden overigens zijn vrienden bedacht.) Het liefst had de man de videoboodschap later zelf samen met zijn kinderen bekeken, maar helaas heeft hij die tijd niet gekregen. Ik voelde me dankbaar dat ik een kleine bijdrage heb mogen leveren voor deze man en zijn gezin en vereerd dat de man mij zoveel heeft verteld en heeft laten zien wat ik weer mee kan nemen in de begeleiding bij andere patiënten. Dit laatste was voor de man overigens heel belangrijk.  
 
Ik weet zeker dat deze twee patiënten ervoor gezorgd hebben dat geliefde dingen vastgehouden worden; niet alleen bij hun familie en naasten, maar ook bij mij als kunstzinnig therapeut en nu ook bij jou als lezer van mijn blog. De kunst van het herinneren, een waardevolle levenstaak.
 
 

zondag 9 november 2014

Luchtbed in zee

Lage bloeddruk en angst om weer flauw te vallen. Een indicatie voor een rustige ontspanningsoefening, dacht ik toen ik me in las in het patiëntendossier. Dat die rustige ontspanningsoefening zoveel effect zou hebben, had ik van tevoren niet eens durven dromen.

Lage bloeddruk en angst om weer flauw te vallen. Een indicatie voor een rustige ontspanningsoefening, dacht ik toen ik me in las in het patiëntendossier. In de sluis keek ik naar binnen en zag de jongeman in bed liggen. Ik desinfecteerde mijn handen met alcohol en lachte naar hem vanachter het raam. Ik hoopte dat hij zich snel op zijn gemak zou voelen.

Na het voorstellen, pakte ik een kruk om op gelijke hoogte te gaan zitten. Met rustige stem legde ik uit waarom ik hier was. "Ik heb begrepen dat u angstig bent om flauw te vallen." De man beaamde dat. "Ja, daarom doe ik alles heel snel, zodat ik snel weer kan gaan liggen." Terwijl hij dit zei, praatte hij ook vlug en zag ik dat zijn ademhaling omhoog ging. Ik benoemde dat en probeerde de man gerust te stellen. "Neem rustig de tijd. Juist door alles snel te willen doen, gaat je ademhaling omhoog en geef je jezelf te weinig ruimte om goed adem te halen waardoor je misschien wel angstig wordt." We deden samen een ademhalingsoefening, waarbij ik de man begeleidde in het rustig in- en uitademen via de buik.

De man voelde het verschil en stond open voor kunstzinnige therapie. Hij belde wel zijn vrouw om te vragen of ze erbij kon zijn. Dat vond hij prettig. Tijdens het telefoongesprek begon de man weer snel te praten en schoot zijn ademhaling omhoog. Ik was blij dat ik met hem aan de slag kon gaan.

De sessie begon met een visualisatie. Ik vroeg de man lekker te gaan liggen en zijn ogen te sluiten. De visualisatie begon met een ademhalingsoefening en ging daarna over naar het beeld van een zee, zomerzon, kabbelend water, een luchtbed op het water en zo verder. De man deed goed mee met de visualisatie. Zijn ademhaling was gezakt en hij oogde ontspannen. Toen hij zijn ogen opende, begon ik rustig voor hem te schilderen. Ik had de schilderplank zo gezet, zodat hij het vanuit zijn bed goed kon zien. Na twee rustige streken blauw (waarin ik ook de ademhaling meenam) vroeg de man of hij niet zelf mocht schilderen, iets wat hij aanvankelijk niet wilde. Ik juichte dit initiatief toe en zorgde ervoor dat de man liggend vanuit zijn bed kon schilderen. Hij schilderde de zee, de zon, een bed, twee mensfiguurtjes (hij en zijn vrouw) en een hart. Dit hart leek meer op een roos, zei hij, dus maakt hij er een roos van. Geweldig hoe de man in beweging was gekomen en ontspannen aan het schilderen was. De man was zelf ook trots op de ontwikkeling. Het schilderwerk kreeg een plek in het zicht, zodat de herinnering van de ontspanning misschien later nog eens kon worden opgeroepen. De vrouw gaf ik een kopie van de visualisatie, misschien zou het nog van pas kunnen komen.

De week erna liep ik bij de man naar binnen. Vanuit de sluis zag ik dat hij heel ontspannen op bed lag en even kreeg ik het beeld van iemand die op het strand ligt voor ogen. Hij herkende mij direct en begon rustig en ontspannen te vertellen hoe goed het met hem ging. En dat was ook aan hem te zien. Hij zag er energiek uit, oogde ontspannen en kwam opgewekt over. Een wereld van verschil met de week ervoor, benoemde ik. "Daar weet ik dus niets meer van," zei de jonge man. Zijn vrouw beaamde dat. Ze had eerder die week uit moeten leggen dat hij zelf die schildering gemaakt had en niet één van hun kinderen. Alsof de man onder hypnose was geweest tijdens het schilderen. We waren er alle drie verwonderd over. Maar hoe het ook is gebeurd, het heeft de man enorm goed geholpen. Een luchtbedje in de zee; ik neem het sindsdien geregeld mee!
---

Benieuwd naar meer verhalen over patiënten? Lees dan het boek ‘Voor even weer gezond, gedichten en verhalen geïnspireerd op ontmoetingen met patiënten met kanker’. Het boek is verkrijgbaar via www.voorevenweergezond.nl

Lezingen zijn aan te vragen middels het contact formulier via www.kunstzinnigetherapie.info

maandag 3 november 2014

Kunstzinnige therapie brengt kinderen spelenderwijs in balans


Het is geen pilletje dat je erin stopt, na een half uurtje werkt en na een bepaalde tijd weer is uitgewerkt. Het is een verandering van binnen, een verandering die tijd nodig heeft om in te werken, maar dan ook langdurig (en in veel gevallen zelfs blijvend) resultaat geeft. 

Kunstzinnige therapie gaat uit van de kracht van kleur en vorm. Kunstzinnige therapie maakt gebruik van de werking van het materiaal en de werking van de techniek. Het is heel hard werken, maar voelt als gezellig samen spelen. Kunstzinnige therapie is dus een prachtig middel om kinderen te ondersteunen weer in balans te komen. Dat klinkt natuurlijk allemaal heel mooi, maar wat zijn de ervaringen in de praktijk? Wat zijn de reacties van kinderen, ouders en leerkrachten? 

Ervaringen van kinderen
Hoe kijken kinderen terug op het therapietraject? Welke veranderingen noemen zij? Een greep uit de reacties:
“Ik…
  •  … denk dat ik liever geworden ben.”
  •  ... voel me vrolijker en zit beter in mijn vel.”
  •  … heb nu minder het gevoel gepest te worden en kan opmerkingen van klasgenoten nu beter naast me neerleggen.”
  •  … ben minder boos, heb meer zelfvertrouwen en ik kan makkelijker met de juf praten over mijn gevoel.”
  •  … ben blijer geworden en beweeg meer. Ik ben al bij een vriendinnetje gaan spelen waar ik nog nooit geweest was en ik vertel meer in de kring.”
  •  … voel me rustiger, meer ontspannen en slaap beter. Ik kan me beter concentreren en zet meer door.”

Ervaringen van ouders
Hoe kijken ouders terug op het therapietraject? Welke veranderingen noemen zij? Een greep uit de reacties:
“Ons kind…
  • … kan beter praten over zijn gevoelens, hij is zelfstandiger geworden en hij durft meer. Daarnaast toont hij meer initiatief en blijft hij niet meer hangen in zijn boosheid.”
  • … is minder vaak boos, kan nu vertellen wat er is en gaat makkelijker met de stroom mee.”
  • … kan beter omgaan met tegenslagen en maakt minder ruzie.”
  • … is rustiger en kan zich beter concentreren.
  • … gedraagt zich vrijer en is minder bang om fouten te maken.”
  • … is in beweging gekomen, heeft contact gezocht met andere kinderen en heeft nauwelijks nog ruzie. Hij heeft nu ook een paar vriendjes, oogt vrolijker en is meer open."
  • … doet nu makkelijker, is minder defensief en meer meegaand."
  • … heeft geleerd het leven niet zo zwart-wit te zien en dat je zelf kiest hoe je reageert in bepaalde situaties. Van een tekening waar weinig kleur in te zien was eindigde hij met een tekening met veel kleur. Ook in zijn buien zagen we deze verandering terug."
  • … durft meer, is assertief geworden en spreekt nu zelfs onbekende mensen aan in de supermarkt. Op school zoekt hij meer contact met andere kinderen en maakt hij tegenwoordig ook speelafspraakjes."
  • … is minder emotioneel en gaat makkelijker om met wisselingen."

Ervaringen van leerkrachten
Hoe kijken leerkrachten terug op het therapietraject? Welke veranderingen zien zij bij het kind? Een greep uit de reacties:

“Het kind…
  • ... krijgt beter haar werk af en durft meer te vragen.” 
  •  … is meer open geworden en praat nu met de juf. Hij komt opgewekter over, is minder vaak boos en meer taakgericht.”
  •  … loopt niet meer zo vaak vast, begint nu gewoon aan de taak en vertoont nauwelijks nog storend gedrag.”
  •  … let beter op, werkt goed door, komt nu ook voor zichzelf op en durft nu ook in de kring te vertellen.”
  •  … is rustiger, trekt zich niet meer terug als er iets is, maar vraagt nu hulp.”

Conclusie
De ervaringen uit de praktijk bewijzen dat kunstzinnige therapie daadwerkelijk effectief is. En tja, je moet er iets langer de tijd voor uittrekken dan een half uurtje, maar met deze resultaten hebben veel ouders dat er zeker voor over. En de kinderen? Die zijn vaak een beetje teleurgesteld als het traject wordt afgerond; niet vanwege de resultaten, maar wel omdat het afgelopen is. ;)

Meer informatie over kunstzinnige therapie?
Wilt u meer weten over kunstzinnige therapie? Kijk dan op www.kunstzinnigetherapie.info, neem een folder mee (bij obs Vuurvogel) of stuur een mail yvonne@kunstzinnigetherapie.info.