Een psycholoog wilde ze niet;
liever beeldende therapie, zodat ze vooral iets kon doen. Want praten over
zichzelf, laat staan over dat wat ze moeilijk vindt, dat was ze niet gewend. “Je doet toch wel mee hè?” zei ze in een
van de eerste sessies. “Anders voel ik me
zo bekeken.” Terwijl we samen werkten aan de kunstzinnige oefeningen (wel
elk op een eigen vel papier natuurlijk), kwam ze innerlijk stapje voor stapje in
beweging. Ze vroeg bij sommige problemen of ik dat ook wel eens had en haalde
dan opgelucht adem als ze er achter kwam dat ze echt niet de enige was.
Misschien ook wel door het besef dat de problemen eigenlijk heel normaal waren
en dat iedereen wel iets heeft.
Omdat er veel speelde in haar
thuissituatie hebben we eerst biografisch gewerkt. In verschillende
schilderoefeningen gingen we haar levensfases door en keken we wat de
beeldentaal ons te zeggen had. Meestal zei ze weinig, maar duidelijk was dat er
in haar binnenwereld van alles gebeurde.

Een mail in mijn inbox: “Sorry dat ik het mail, maar ik heb het gevoel dat ik eerlijk moet zijn…” Haar hele biografie met alle ups, maar vooral downs verscheen op mijn beeldscherm. Ik mailde haar terug om haar te complimenteren dat ze deze stap had genomen, dat het prima was via de mail en dat dit mooie openingen bood voor een volgende stap.
De volgende sessie vulde de tafel zich met duplopoppetjes, schatkistjes, traumasymbolen en andere tekens. Haar thuissituatie stond voor haar opgesteld in diverse levensfases. We keken ernaar en schoven ermee totdat het voor haar klopte, keken ernaar en probeerden te begrijpen. Geen schuld, geen schaamte, geen verwijten; gewoon begrijpen, vol liefde en compassie voor de verschillende poppetjes op tafel. Doodmoe, maar vol inzicht verliet ze de praktijkruimte.

De sessies daarna vulden zich met expressieve oefeningen; ze mocht ontladen, de pijn, het verdriet en de woede mochten eruit. Ook verbaal begon het te stromen: de lastige situaties in haar familiesysteem en haar verantwoordelijkheidsgevoel als jonge mantelzorger, alles werd besproken. De poppetjes kwamen nog enkele keren terug. Zo bespraken we de innerlijke criticus, de zorgzame ouder en het gekwetste en spelende kind in de gezonde volwassene. Deze rollen kon ze steeds vaker herkennen in het dagelijkse leven. Ze kon ervaren dat ze bij het herkennen een keuze had en zelf de regie mocht nemen.
Haar thuissituatie veranderde: ze
kreeg weer rust en hoefde niet constant ‘aan’ te staan. Ze schreef zich weer in
om haar school af te maken en had zelfs al een vervolgstudie voor ogen. De last
van het 100% mantelzorgen verdween van haar schouders en maakte plaats voor
inzicht, acceptatie en zelfcompassie.
Wat heeft ze hard gewerkt het
afgelopen jaar, wat een moed en kracht heeft ze getoond en wat een fantastische
groei heeft ze doorgemaakt. Cliënten zoals deze, geven mijn vak een gouden randje.
J
yvonne@kunstzinnigetherapie.info